FLASHBACK

Ik vermoed dat ik altijd een (voornamelijk onbewust) gevoel heb gehad dat er iets niet klopte aan deze wereld, aan deze realiteit. Ik moest vanochtend aan een oude songtekst denken die ik — zo bleek toen ik hem gevonden had — in 1987 heb geschreven voor mijn bandje SPECTRUM.

Ik was toen iets van 22 jaar oud, had geen religieuze opvoeding genoten en wist absoluut niets van spiritualiteit, verlichting, slapen/ontwaken of de mogelijkheid dat wat ik meemaakte en ervoer niet de absolute harde fysieke realiteit zou kunnen zijn. Bovendien was er geen Internet om met dat soort zaken in contact te komen.

Ik deel de tekst hier voor “entertainment purposes only”:

THE UNKNOWN UNSHOWN (© Frits Spoelstra/1987)

I’m floating through the time and space
A tribute to the human race
No way to change the human face
No mind, no brain, just plain old sense
No wall, no pile to stand against

Standing on a desert island
Just a place where you and I stand
Where we will stand untill the end
No hell, no heaven, no place to be
No food, no nothing, please set me free

Let me take the step to nowhere
Let me jump into the unknown
Let me find out there’s nothing there
Except for the unknown unshown

A voice from somewhere said to me:
“You’ll turn into what you will be
Your mind and soul must be set free
No man, no child can help you now
Don’t try to break the sacred vow”

“Your mind must be for everyone
Your world must be without any sun
Just the way the world has begun
No rain, no storm, a silent place
A place for us: The human race”

Let me take the step to nowhere
Let me jump into the unknown
Let me find out there’s nothing there
Except for the unknown unshown

I tried to break the spell away
I tried it each and every day
I know that I’m the one to pay
I got to break the stormy cloud
I scream and yell: ‘Please let me out!’

Let me take the step to nowhere
Let me jump into the unknown
Let me find out there’s nothing there
Except for the unknown unshown

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

IK-FRITS

‘Ik ben’ of ‘ik besta’ is een gedachte die voorafgaat aan de identificatie met het ego-lichaam-denken systeem. Daarna ontstaat ‘ik ben een jongetje en ze noemen me Frits’ en daarna ‘dat zijn mijn ouders, mijn zussen, mijn opa’s en oma’s, mijn ooms en tantes, mijn neven en nichten. mijn bed, mijn dit en dat, mijn zus en zo en mijn wereld.’

‘Ik ben’ of ‘ik besta’ is een gedachte, het is niet een fysieke werkelijkheid. Het wordt pas een schijnbare fysieke werkelijkheid wanneer er vanuit die gedachte ‘ik ben/ik besta’ een identificatie ontstaat met het lichaam waaruit ‘Ik-Frits’ gevormd wordt.

Als ik dan kijk naar wat er al eeuwen gezegd wordt, namelijk dat God (een God) ons heeft gemaakt naar zijn evenbeeld, en God is ‘Dat wat dit verhaal over leven op aarde droomt of verzint’, dan is ‘Ik-Frits’ de verbeelding van wat ‘Dat wat dit (het verhaal over leven op aarde) droomt of verzint’ gelooft of wenst dat het is.

‘Ik-Frits’ is niet meer dan de verbeelding van ‘Dat wat dit droomt of verzint’. ‘Ik-Frits’ is een gedroomd personage, een actie-pop, een schijnbaar punt van perspectief of een verzonnen/gecreëerde protagonist/hoofdpersoon van waaruit het schijnbare verhaal wordt waargenomen en ervaren.

‘Ik-Frits’ is net zo min waar of werkelijkheid dan de andere gedroomde personages (de antagonisten) en het verhaal waarin ‘Ik-Frits’ zich beweegt. Niettemin is alles wat ‘Ik-Frits’ meemaakt en ervaart in de Droomstaat schijnbaar waar voor die ‘Ik-Frits’ in die Droomstaat. Het is niet waar, maar het lijkt waar.

Een belangrijk en doorslaggevend punt hierin is dat alleen dát wat die ‘Ik-Frits’ direct meemaakt en ervaart waar is voor ‘Ik-Frits’ en niet dat wat wellicht waar lijkt te zijn omdat iets of iemand anders hem dit vertelt terwijl ‘Ik-Frits’ dit niet zelf heeft meegemaakt of ervaren.

Voorbeeld:
Schijnbaar is er een personage dat Trump heet in een schijnbaar land dat Amerika heet, maar ‘Ik-Frits’ weet dit alleen van horen zeggen en ‘Ik-Frits’ kan niet weten of er werkelijk een personage Trump of een land Amerika bestaat.

Schijnbaar neemt ‘Ik-Frits’ alles voor waar aan zolang ‘Ik-Frits’ gelooft dat hijzelf waar is en zodra die ‘Ik-Frits’ identificatie wegvalt, kan niets meer voor waar worden aangenomen.

Anders gezegd: binnen het gedroomde of verzonnen verhaal kan alleen dat wat direct wordt ervaren door ‘Ik-Frits’ als schijnbare waarheid worden aangenomen ter ondersteuning van het schijnbare verhaal. Dit betekent ook dat alles wat zich een korte periode in de direct waarneembare omgeving van ‘Ik-Frits’ bevindt, zoals een ander personage, ophoudt met schijnbaar te bestaan wanneer dit personage uit de direct waarneembare omgeving verdwijnt.

Vraag:
Als er een boom omvalt in het bos en ‘Ik-Frits’ is er niet bij, maakt het omvallen van de boom dan geluid?

Antwoord:
Nee! Want omdat ‘Ik-Frits’ er niet bij is, is er geen boom en geen bos, kan die niet bestaande boom niet omvallen en vanzelfsprekend geen geluid veroorzaken.

Dit levert een interessant dilemma op. Aangezien die ‘Ik-Frits’ slechts een gedroomd of verzonnen personage is, is alles om ‘Ik-Frits’ heen ook verzonnen. Niet alleen het verhaal is verzonnen, ook alle personages die ‘Ik-Frits’ schijnbaar tegenkomt en waarmee ‘Ik-Frits’ schijnbaar interactie heeft, zijn verzonnen.

Als we het vergelijken met nachtelijke dromen van ‘Ik-Frits’, dan is het niet zo dat andere personages in die droom zelf ook dromen en ‘Ik-Frits’ in hun droom een personage is. Er is bij nachtelijke dromen geen sprake van een multi-dromen-complex waarbij de droom van ‘Ik-Frits’ kruist met de droom van een ander personage, waardoor er tijdelijk twee mensen dezelfde droom hebben tot ze weer afscheid van elkaar nemen.

In de nachtelijke dromen is het ‘Ik-personage’ dat gedroomd wordt door ‘Ik-Frits’ het enige actieve personage, het enige personage dat schijnbaar werkelijk bestaat en schijnbaar werkelijk iets doet in die nachtelijke droom. Er is geen reden om aan te nemen dat dit anders is in de droom of het verzonnen verhaal van ‘Dat wat dit droomt of verzint’.

De conclusie is vervolgens dat alleen ‘Ik-Frits’ een actief personage is in de droom of het verhaal van ‘Dat wat dit droomt of verzint’. Dit betekent dat de andere verzonnen personages waarmee ‘Ik-Frits’ direct in schijnbaar contact komt, zelf niet werkelijk bestaan. Zij hebben niet een schijnbaar leven waarin ‘Ik-Frits’ voorkomt als een schijnbaar ander personage.

‘Ik-Frits’ is letterlijk de enige in de droom/het verhaal. Er is geen twee! Dit betekent dat wanneer dit ‘Ik-Frits’ personage komt te overlijden alles ophoudt. Zonder ‘Ik-Frits’ (de verzonnen protagonist) is er geen droom, houdt het verhaal op en verdwijnt het schijnbare leven op een schijnbare aarde in een schijnbaar universum.

Wanneer dit tijdens het schijnbare leven van ‘Ik-Frits’ volledig wordt doorzien, dan kan er niets anders dan berusting in het verhaal overblijven. ‘Ik-Frits’ is een verzonnen personage in één droom of één verhaal van ‘Dat wat dit droomt of verzint’; niet een multi-dromen-comlex waarbij dromen van verschillende personages elkaar kruisen. Ook heeft ‘Ik-Frits’, net zoals het ‘Ik-personage’ in de nachtelijke dromen van ‘Ik-Frits’, geen werkelijke zeggenschap over hoe het verhaal verloopt.

Bovendien heeft alles wat voor de schijnbare geboorte van ‘Ik-Frits’ schijnbaar heeft plaatsgevonden nooit plaatsgevonden, dat zijn slechts verhalen ter versterking van het verhaal van de droom, verhalen die ‘Ik-Frits’ van anderen heeft gehoord en niet zelf actief heeft meegemaakt of ervaren. In feite was er niets voor ‘Ik-Frits’ geboren werd, net zoals er niets meer zal zijn wanneer ‘Ik-Frits’ sterft… in feite is ‘Ik-Frits’ zelf fictie omdat het verhaal of de droom zelf fictie is.

Hoe het bovenstaande voor schijnbaar andere personages werkt, weet ik niet, want voor zover het ‘Ik-Frits’ aangaat, bestaan die niet. Zij zijn slechts onderdeel van het gedroomde verhaal en verdwijnen wanneer ‘Ik-Frits’ verdwijnt, aangezien ‘Ik-Frits’ de protagonist van het verhaal is… einde ‘Ik-Frits’ is einde verhaal.

Gestoord hè?

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

ZONDER ‘IK-IDENTIFICATIE’

Zonder de ‘ik-identificatie’ waardoor er geloofd wordt dat ‘ik’ mijn lichaam ben, dat ‘ik’ denk en dat ‘ik’ doe, blijft er alleen het ervaren over van dat wat het lichaam schijnbaar is, schijnbaar denkt en schijnbaar doet.

Gedachtes blijven opkomen en voorbij drijven tot ze oplossen, tenzij het ego-lichaam-denken-systeem (vanaf nu kortweg ‘het beestje’ genoemd) een gedachte er uitpikt en daarmee aan de slag gaat.

Voorheen was het zo dat ‘ik’ geloofde dat het ‘mijn’ gedachtes waren en nam ‘ik’ alles wat daaruit voortkwam serieus en persoonlijk. Zonder de ‘ik-identificatie’ is het simpelweg wat het beestje denkt en wat het beestje doet en dat gaat alleen het beestje iets aan — ‘ik’ sta er schijnbaar bij en kijk er naar.

De vergissing is niet dat we actief meedoen in- en aan de droomstaat, de vergissing is dat we het droomkarakter serieus nemen en geloven dat wijzelf dat droomkarakter zijn. Wij zijn schijnbaar dat wat schijnbaar droomt, maar dat is compleet onpersoonlijk en voor ons, als droomkarakter, niet te ervaren of zelfs te kennen; bovendien is op dat niveau geen sprake van een ‘wij’ als afgescheiden entiteiten. Dus: ‘ik’ droom dat dat zo is, maar weten doe ik het niet.

Wanneer die vergissing is hersteld, dan blijft er alleen de droom over, met daarin het droomkarakter — ik vergelijk dat wel met een pionnetje op het speelbord van “Mens erger je niet” waarmee jij je, voor de duur van het spelletje, mee identificeert, zonder dat je ooit werkelijk gelooft dat jij dat pionnetje bent. Daarboven zweeft een schijnbaar alles overkijkend personage dat jij schijnbaar bent dat slechts observeert, ervaart, meespeelt en zich wel of niet vermaakt, zonder dat het ooit persoonlijk wordt.

Simpeler krijg ik het nu even niet op papier, maar ik blijf het proberen.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

HET LAATSTE JAAR (REPRISE)

Aan het begin van 2017 schreef ik op deze blog:

HET LAATSTE JAAR

Sinds het begin van dit jaar heerst er één gedachte, of gevoel, dat simpelweg neerkomt op het idee, of wederom ‘het gevoel,’ dat dit ‘het laatste jaar’ is.

Ik heb verder geen idee wat dat inhoudt of waar dat naar verwijst, alleen dat het een heel erg sterk en overheersend gevoel/idee/ervaring is dat ik niet kan of wil ontkennen.

Dus bij deze staat het zwart op wit vermeld.

Het lijkt er op dat dit wel gaat uitkomen. De afgelopen weken zijn — en ik schrijf dit met het risico van ‘interessant-doenerij’ te worden beschuldigd — zo extreem ‘ik-loos’ dat er het vermoeden heerst dat dit niet zo makkelijk weer zal wegebben, zoals dat vroeger wel gebeurde. Het voelt namelijk compleet anders en dat is niet goed uit te leggen.

Zonder die ‘ik’, zonder het gevoel dat ik deze schijnbare persoonlijkheid ben, valt er niet zo heel veel meer te schrijven voor deze blog. Met de aanvullingen van de maand Augustus staat alles hier al vermeld en alles wat ik nu nog zou schrijven is een herhaling van zetten. Waarschijnlijk zal ik af en toe nog wel de neiging hebben om hier iets neer te pennen, maar er leeft hier niet de veronderstelling of de verwachting dat het werkelijk iets toevoegt aan alles wat er staat geschreven.

Als wellicht laatste kan ik nog zeggen dat ik lange tijd dacht dat ik moest verklaren wat dit leven is, dit bestaan, dit zijn, zodat ik dat zou kunnen doorzien om vervolgens te ontwaken. En dat werkt ook, zoals is gebleken, maar de snelste manier is om te onderzoeken wie er wil ontwaken en wat dat is dat wil ontwaken en waar dat wat wil ontwaken gelokaliseerd is.

Wie is die ‘ik’ die je denkt te zijn?
Wat is die ‘ik’ die je denkt te zijn?
Waar is die ‘ik’ die je denkt te zijn?

Het op zoek gaan naar de antwoorden op die vragen is de snelste manier om te ontwaken uit de Droomstaat, maar dan moet je wel heel erg zeker weten dat ontwaken is wat je wilt. Je kunt je namelijk geen voorstelling maken van hoe het is om ontwaakt te zijn, aangezien jij je het altijd zult voorstellen als JIJ die ontwaakt is… maar na het ontwaken ben jij er niet meer om te ervaren hoe het is. Kortom: je weet van tevoren niet hoe het zal zijn om ontwaakt te zijn tot je daadwerkelijk ontwaakt bent, en dan is er geen weg terug.

Ik had in de jaren dat ik op zoek was naar verlichting ook een voorstelling-, een idee-, een beeld van hoe het zou zijn — eerder vanuit wishful thinking dan gebaseerd op daadwerkelijke feiten — en het blijkt uiteindelijk compleet anders te zijn. Het voelt gewoner dan ik me voorstelde; er is werkelijk helemaal niets bijzonders aan. Het is het meest normale en meest simpele dat er is.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

WAAR IS IK?

Wanneer we denken aan onszelf, of ons Zelf, dan doen we dat eigenlijk altijd in de vorm van ons lichaam. Dat wat we ‘IK’ noemen wordt verbeeld door dat lichaam en we wijzen naar ons lichaam als we het over onszelf hebben, maar wanneer we op zoek gaan naar die ‘IK’ in dat lichaam, dan is die met geen mogelijkheid te lokaliseren. Waar is die ‘IK’?

Voor de rest is alles wat dit lichaam is, elk orgaan waaruit het bestaat en alles wat dit lichaam de vorm geeft die het heeft en helpt bij het uitvoeren van de verschillende functies, te lokaliseren in of aan dat lichaam. Behalve dat schijnbare besturingssysteem ‘IK’ dat schijnbaar verspreid over dat hele lichaam uitgesmeerd is maar nooit daar waar je er naar zoekt; onzichtbaar voor het blote oog, röntgenfoto of CT-scan.

Misschien — en wellicht is het te simpel gedacht, maar — misschien komt dat omdat die ‘IK’ er gewoon simpelweg niet is?

Zouden we niet als eerste op zoek moeten gaan naar die ‘IK’? Zou dat niet iets moeten zijn dat we voor onszelf gaan onderzoeken vóórdat we überhaupt met iets anders aan de slag gaan? In plaats daarvan gaan de meeste mensen, zo niet alle mensen, op zoek naar iets — verlichting, geluk of een nieuwe auto — voor zichzelf, zonder dat ze zeker weten waar hun ‘IK’ zich bevindt en of die ‘IK’ die ze geloven te zijn wel of niet werkelijk bestaat.

Hoe kun je verwachten dat je iets anders buiten jezelf kunt vinden als je niet eens jezelf hebt gevonden? Ik heb dat ook vele jaren zo gedaan, op zoek naar iets buiten mij voor mijzelf zonder te weten of er werkelijk een ‘mijzelf’ bestaat waarvoor iets gevonden kan worden. Het is een beetje als naar de supermarkt gaan om drank en snacks te kopen voor een feest dat je organiseert voor een denkbeeldig vriendje.

Pas toen ik naar die ‘IK’ die ik dacht te zijn op zoek ging, kwam ik er achter dat die ‘IK’ nergens te vinden is en ik al die tijd op zoek was geweest naar van alles voor iets dat er niet is. Nu is ‘ik’ de eerste persoonsvorm enkelvoud die gebruikt wordt voor communicatieve middelen, maar nergens heerst het gevoel of de overtuiging dat ik dat werkelijk ben.

Het is denk ik zo, althans, het is zo in mijn persoonlijke ervaring, dat wanneer na lang onderzoek of diepe meditatie het ‘IK-ben’ gevoel als laatste overblijft en daar serieus naar gekeken wordt, er uiteindelijk de realisatie daagt dat die ‘IK’, net als alles, ook niet is. Dat wat overblijft is dat wat is en wat altijd is geweest en altijd zal zijn, volslagen onpersoonlijk, van en voor niets en niemand, nergens om.

En het heeft allemaal geen ene fuck met jou of mij of wie dan ook te maken.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

ZONDER IK

Er zijn een aantal ‘dingen’ gebeurd waardoor er een aantal ‘zaken’ zijn veranderd. Ten eerste heb ik alle video’s die ik dit jaar heb gemaakt en op You Tube had geplaatst, over ‘ontwaken uit de Droomstaat’, verwijderd. Ze boeien me niet meer en het feit dat ik daar fysiek zichtbaar aan het kletsen ben kan gezien worden als een uiting van Ego, ook als dat niet het geval is.

Ten tweede is er een controversie gaande ten opzichte van Jed McKenna die ik in eerste instantie erg boeiend vond (ik heb daarover ook  geschreven op mijn Facebook pagina), maar inmiddels merk ik dat ook dit me niet meer echt boeit. Het is een botsen van Ego’s waarbij de info er niet toe doet, alleen het wel of niet gelijk hebben c.q. krijgen. Ik kan er niet meer in meegaan.

Waar voorheen nog sprake was van een komen en gaan van ‘leuk vinden’ en ‘niet leuk vinden’ is er nu voornamelijk een fractie van een seconde van ‘leuk’ of ‘niet leuk’ dat direct gevolgd wordt door iets dat ik alleen maar ‘desinteresse’ kan noemen. Dit is niet zo negatief als het woord ‘desinteresse’ doet vermoeden, maar eerder een soort van onnoembaar ‘leuk en niet leuk tegelijk’ gevoel of ervaring… het maakt me niets uit.

Iets is alleen leuk of niet leuk, boeiend of niet boeiend, wanneer dat gerelateerd is aan een identificatie met de ‘ik’ en/of het lichaam als zijnde die ‘ik’. Dit is zo omdat alleen IK iets leuk of niet leuk kan vinden en alleen IK iets als boeiend of niet boeiend kan ervaren. Het feit dat er in dit lichaam geen werkelijke ervaring is van ‘leuk’, ‘niet leuk’, ‘boeiend’, of ‘niet boeiend’, moet inhouden dat de identificatie met ‘ik’ of het lichaam als zijnde ‘ik’ gereduceerd is. Zonder die ‘ik’ blijft niets ‘plakken’ en heeft niets de kans om als ‘persoonlijk’ of ‘van mij’ te worden ervaren.

Wat overblijft is wat dit lichaam-geest-systeem dat we ‘Frits’ noemen schijnbaar van nature doet — laten we het ‘de functie van dit lichaam’ noemen — en dat is schrijven over wat dit lichaam ziet, voelt en ervaart. Dat is wat deze blog is en ik vermoed dat dit is wat ik nog wel een tijdje zal blijven doen. Al het andere is optioneel en kan gedaan worden of niet gedaan worden, gebeuren of niet gebeuren, als daarom gevraagd wordt of als het nodig lijkt te zijn, maar dat heeft verder niets met mij als een ‘ik’ te maken.

Ik begrijp dat dit lastig is om te begrijpen, aangezien iemand die nog geïdentificeerd is met zijn/haar ‘ik’ of zijn/haar lichaam als zijnde ‘ik’, dit lichaam-geest-systeem dat we ‘Frits’ noemen automatisch als een ‘ik’ ziet en dus gelooft dat wat dit lichaam doet, gedaan wordt door mij. Als jij gelooft dat jij  een werkelijk bestaand personage bent, compleet met ego, dan zul jij mij ook zien als een werkelijk bestaand personage, zelfs als ik je vertel dat dit niet het geval is.

Ik daarentegen weet dat er geen ‘ik’ bestaat en ervaar mijzelf niet meer als een werkelijk bestaand personage, dus ‘ik’ zie jou vanzelfsprekend ook niet meer als een werkelijk bestaand personage. Dit is natuurlijk een onwerkbare situatie, daarom zal ik ‘in schrift en in woord’ altijd net doen alsof ‘ik’ wel besta en alsof ‘jij’ wel bestaat, ondertussen wetende en mij bewust zijnde van het feit dat dit niet zo is.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

JIJ BENT DAT

Het volgende is geen spirituele onzin of ‘vage advaita shit’, zoals iemand het kortgeleden nog labelde. Wanneer jij het vanuit dat wat je werkelijk bent leest, zul je precies ‘weten’ wat hier staat en zul je ‘zien’ dat het heel direct en duidelijk is, maar als je het leest vanuit Ego, dan wordt het vervormd tot spirituele onzin of ‘vage advaita shit’.

Al heel lang wordt heel vaak hetzelfde gezegd dat kort en simpel neerkomt op:

‘Dat wat aan het zoeken is,
is waarnaar jij op zoek bent.’

Als we dat samenvoegen met hetzelfde in andere woorden:

‘Jij bent dat.’

… dan zitten we met het volgende gegeven:

‘Dat wat aan het zoeken is,
is waarnaar jij op zoek bent
en jij bent dat.’

Dus, als ik dat in de praktijk breng, dan blijk ik alles te zijn waarnaar ik op zoek ben, want als ik iets zoek, dan is dat wat ik zoek dat wat zoekt en dat ben ik. Zoek ik verlichting, dan ben ik dat. Zoek ik macht, dan ben ik dat. Zoek ik geluk, dan ben ik dat. Et cetera! Voor ik überhaupt actief op zoek ga ben ik al dat wat ik zoek.

Maar waarom zou ik op zoek gaan naar wat ik al ben? Dat lijkt me verspilde energie.

Dit geldt natuurlijk voornamelijk voor alle immateriële zaken, want als ik een nieuwe fiets zoek, dan moet ik gewoon op zoek gaan naar een nieuwe fiets. In principe zoeken we niet per se een fiets, maar willen of wensen we een fiets omdat we denken dat we die goed kunnen gebruiken. We gaan niet dood zonder fiets. Hoewel, puur metafysisch benaderd, ben ik ook die fiets… maar laten we die kant niet opgaan.

Waar we wel degelijk naar op zoek zijn, is geluk, liefde, geborgenheid, zekerheid, vrijheid, rust, waarheid en — vooruit dan maar — verlichting, omdat we aanvoelen dat we dat werkelijk nodig hebben om te kunnen bestaan. De ‘Ik’ projecteert dat wat hij zoekt in de vorm van geluk, liefde, geborgenheid, zekerheid, vrijheid, rust, waarheid en — vooruit dan maar weer — verlichting, terwijl die ‘Ik’ dat zelf al altijd is geweest en ook is wanneer hij denkt dat er naar gezocht moet worden.

‘Dat wat aan het zoeken is,
is waarnaar de ‘Ik’ op zoek is
en die ‘Ik’ is dat.’

Wat de ‘Ik’ werkelijk zoekt is zijn zelf. Hij zoekt dat wat hij werkelijk is, maar dat is hij altijd al geweest. Dus niet ‘wie’ hij is, maar ‘wat’ hij is. Er is een fundamenteel verschil tussen de ‘wie’ en de ‘wat’ vraag, waarbij de ‘wie’ vraag door Ego wordt gesteld en de ‘wat’ vraag door wat jij werkelijk bent. Zelfs als de ‘Ik’ gelooft dat hij iets anders dan zijn zelf zoekt, is hij dat wat hij zoekt en zoekt hij dat wat hij is.

‘Dus waar moet hij dat dan zoeken?’
‘Nou, in zichzelf, daar waar hij is.’
‘Hoelang duurt het voor hij het gevonden heeft?’
‘Niet lang, lijkt mij, want hij is dat altijd geweest, precies daar waar hij is.’

We moeten het niet ingewikkelder maken dan het in alle schijnbare werkelijkheid is. De zoektocht gaat niet over iets vinden wat je bent verloren of nooit hebt gehad, maar over herinneren wat je bent en altijd bent geweest. Als dat werkelijk tot je doordringt, dan is het ‘einde zoektocht’, lijkt mij.

Het maakt niet uit wat je zoekt, het maakt niet uit wat je wilt, het maakt niet uit wat er op je pad komt, het maakt niet uit wat jij denkt dat je nodig hebt, uiteindelijk komt elke zoektocht uit op de realisatie dat jij zoekt wat jij bent, en, ‘OMG’ wat een verrassing…

JIJ BENT DAT!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen